Je huid aan de buitenkant. Je darmwand aan de binnenkant. Het zijn de grenzen tussen jou en de buitenwereld. Klinkt misschien een beetje vreemd, want je darmen zitten toch ín je lichaam? Ja. Maar alles wat door je mond naar binnen gaat en door je spijsverteringskanaal reist, bevindt zich feitelijk nog steeds aan de buitenkant van je lichaam. Pas wanneer voedingsstoffen de darmwand passeren, komen ze werkelijk in je lichaam terecht. Je bent dus een donut!
Je huid vormt de buitenkant van de donut. En gaat door naar de binnenkant van de donut, je spijsverteringskanaal. En ineens wordt ook duidelijk waarom die darmwand zo belangrijk is.
En die grens wordt voortdurend opnieuw gebouwd
Hier wordt het nog interessanter. Want je darmwand is geen constructie die ooit tijdens je ontwikkeling is aangelegd en daarna gewoon blijft zitten.
Het darmepitheel is het snelst vernieuwde weefsel van je lichaam. Oude cellen verdwijnen en vanuit kleine holtes tussen de darmvlokken worden voortdurend nieuwe cellen aangemaakt. Binnen enkele dagen kan een groot deel van het darmepitheel zijn vervangen.
Terwijl jij gewoon aan het werk bent, slaapt of een kop koffie drinkt, is je lichaam dus aan het bouwen. Nieuwe cellen. Nieuwe eiwitten. Nieuw slijm. Onderhoud aan het weefsel dat alles op zijn plaats houdt.
Dag in, dag uit.
En dan komt vanzelf een vraag die we eigenlijk verrassend weinig stellen:
We praten veel over eiwitten
Als we tegenwoordig over eiwit praten, hebben we het bijna automatisch over spieren. Hoeveel gram eiwit heb je nodig? Krijg je voldoende binnen? Wat moet je eten als je spiermassa wilt opbouwen? Het zijn stuk voor stuk interessante vragen. Maar je lichaam bestaat natuurlijk uit veel meer dan spieren. Je hebt huid, pezen, kraakbeen, bloedvaten botten, bindweefsel, slijmvliezen. En dus die voortdurend vernieuwende darmwand!
Toch komt een groot deel van het dierlijke eiwit dat wij tegenwoordig eten uit één type weefsel: spierweefsel. We eten voornamelijk kipfilet, biefstuk. gehakt. entrecote. Het is allemaal spiervlees. En daar is op zichzelf niets mis mee. Maar het is wel maar één deel van het dier.
We eten voornamelijk spierweefsel kipfilet, biefstuk. gehakt. entrecote
Eiwit is niet gewoon eiwit
Een biefstuk en een stuk bindweefsel bevatten allebei eiwitten. Maar het zijn niet dezelfde eiwitten en ze leveren dus ook niet precies dezelfde verhouding aan aminozuren. Spiereiwitten zijn onder andere rijk aan de vertakte aminozuren leucine, isoleucine en valine.
Collageenrijk weefsel ziet er heel anders uit. Collageen is uitzonderlijk rijk aan glycine en bevat daarnaast veel proline en hydroxyproline. Juist die bijzondere samenstelling geeft collageen zijn structurele eigenschappen. En dat collageen zit niet willekeurig ergens in een dier. Je vindt het volop in huid, pezen, kraakbeen, gewrichten en ander bindweefsel. En laten dan nu precies de delen zijn die we steeds minder zijn gaan eten en erg belangrijk zijn voor het herstel van je darmepitheel.
Maar eten we nog wel het hele dier?
Voor onze voorouders was het heel normaal om veel meer van een dier te gebruiken. Niet alleen de mooie stukken spiervlees verdwenen in de pan.
Ook hart en lever werden gegeten. Merg werd uit botten gehaald. Huid, pezen en kraakbeen werden meegekookt. En wanneer het vlees van het karkas was verdwenen, waren de botten nog steeds waardevol. Die gingen in de pan. Daarmee aten mensen niet alleen méér van het dier. Ze aten ook anders.

>>lees meer over deze oeroude levenselixer
Want een dier is geen verzameling kipfilets en biefstukken. Het is spier én huid. Orgaan én bot. Vet én merg. Pees én kraakbeen. Al die weefsels hebben hun eigen samenstelling. En juist daarom vinden wij het interessant om de vraag over eiwit eens om te draaien.
Niet alleen:
Krijg ik genoeg eiwit binnen?
Maar ook:
Uit welke delen van het dier komen mijn eiwitten eigenlijk?
Van collageen naar gelatine
Die vraag brengt ons bijna vanzelf bij bottenbouillon. Want wat doe je met botten, gewrichten en stukken bindweefsel die te taai zijn om gewoon op te eten?
Je voegt water toe en geduld.
Tijdens het trekken van bouillon verandert het collageen uit het bindweefsel in gelatine. Dat is geen nieuw gezondheidsconcept. Het is een eeuwenoude bereidingswijze. Een manier om delen van het dier die anders moeilijk eetbaar zijn tóch tot voedsel te maken.
En precies dát vinden wij zo interessant aan bottenbouillon.
Hoe die pan bouillon uiteindelijk uit veel keukens verdween? Dat is trouwens weer een verhaal op zich.
Meer dan collageen in warm water
We zijn voeding de afgelopen decennia steeds verder uit elkaar gaan trekken.
We ontdekken een interessante voedingsstof. Vervolgens onderzoeken we het. We isoleren het en voegen het weer toe aan onze levensmiddelen. Het is knutselen met voeding.
Maar voedsel werkt van nature niet zo. Een bot is geen potje calcium. Een pees is geen schep collageenpoeder. En een koe is geen verzameling losse voedingsstoffen.
Wanneer je botten, kraakbeen en bindweefsel samen laat trekken, ontstaat een voedingsmatrix met onder andere gelatine, peptiden, verschillende aminozuren, vetten, mineralen en andere oplosbare bestanddelen.
Niet één magisch stofje.
Voedsel.
Dat is ook waarom wij bij Wholy Bones niet zo geïnteresseerd zijn in de vraag welk ene stofje uit bottenbouillon nu precies verantwoordelijk is voor welk effect. Wij vinden de grotere vraag veel interessanter.
Wat gebeurt er wanneer we eeuwenlang verschillende delen van een dier aten en vervolgens bijna uitsluitend het spiervlees overhouden? Wat verdwijnt er dan uit ons voedingspatroon?
Terug naar onze donut
En daarmee zijn we weer terug waar we begonnen: bij je darmwand. Die levende grens tussen buiten en binnen die nooit af is. Je lichaam breekt af en bouwt op, maakt nieuwe cellen, produceert slijm, onderhoudt bindweefsel en vernieuwt voortdurend structuren. Daarvoor heeft het bouwstoffen nodig.
En precies daar wordt bottenbouillon interessant.
Tijdens het lange trekken komt gelatine vrij uit collageen, samen met aminozuren zoals glycine en proline. Stoffen die je lichaam gebruikt voor de opbouw en het onderhoud van onder andere bindweefsel en andere eiwitrijke structuren. Ook je darmwand en slijmvlies zijn continu in beweging en worden voortdurend vernieuwd.
Misschien is het daarom helemaal niet zo’n gek idee om niet alleen te kijken naar hoeveel eiwit we eten, maar ook naar welke soorten bouwstoffen we binnenkrijgen en uit welke delen van het dier die afkomstig zijn.
Niet omdat we terug moeten naar vroeger. En ook niet omdat bottenbouillon een wondermiddel is. Maar omdat er iets heel logisch zit in het idee van
whole food: het hele voedsel, in zijn oorspronkelijke samenhang.
Dat is uiteindelijk waar Wholy Bones voor ons over gaat. Niet één voedingsstof, niet één lichaamsdeel, niet één snelle oplossing, maar opnieuw kijken naar de verbinding tussen wat we eten en waaruit we zelf zijn opgebouwd. Misschien hoeven we daarvoor niet altijd iets nieuws te bedenken.
Soms loopt oude voedingswijsheid gewoon een paar eeuwen voor op de uitleg van de wetenschap.
Zelf bottenbouillon proberen?
Benieuwd hoe bottenbouillon in jouw dagelijkse voeding past? Met ons Wholy Bones proefbox kun je rustig kennismaken met beide smaken.
Je ontvangt 4 flesjes van 250 ml: 2x rund en 2x kip. Lekker om zo te drinken, maar ook ideaal als basis voor soep, saus of een maaltijd.
En bevalt het zo goed dat je daarna klant wordt? Dan krijg je de investering in je proefbox terug.
Zo kun je eerst proeven, ervaren en zelf ontdekken of Wholy Bones bij je past.